Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen

Navigatie

Tranexaminezuur redt meer moeders

PW25 - 23-06-2017
Tranexaminezuur vermindert de mortaliteit bij postpartumbloedingen. Het gunstige effect is sterker naarmate het middel eerder wordt gegeven. Deze uitkomst van het WOMAN-onderzoek bevestigt een aanbeveling van de Wereld-gezondheidsorganisatie uit 2012.
Tranexaminezuur redt meer moeders

De WOMAN Trial Collaborators [Lancet. 2017;389(10084):2105-2116] onderzochten de toepassing van tranexaminezuur bij 20.060 vrouwen die tussen maart 2010 en april 2016 een postpartumbloeding hadden. De patiënten waren afkomstig uit 193 ziekenhuizen in 21 landen. Het ging om zowel vaginale geboorten als keizersneden. Het voornaamste inclusiecriterium was onzekerheid bij de behandelaar of tranexaminezuur in het specifieke geval geïndiceerd was.

In de analyse konden 10.036 vrouwen worden betrokken die 1 g intraveneus tranexaminezuur kregen toegediend en 9985 vrouwen die een placebo ontvingen. Een tweede injectie werd gegeven als de bloeding na dertig minuten niet was gestopt of bij een nieuwe bloeding binnen 24 uur.

De mortaliteit ten gevolge van postpartumbloeding was 1,5% (n = 155) in de interventiegroep en 1,9% (n = 191) in de placebogroep. Deze risicoverhouding van 0,81 (BI95 0,65-1,00; p = 0,045) nam nog af na correctie voor uitgangsrisico: 0,78 (BI95 0,62-0,98; p = 0,03). De verschillen waren duidelijker bij vrouwen die binnen drie uur na de bevalling werden behandeld; het gaat dan om 89/7520 (1,2%) in de interventiegroep en 127/7408 (1,7%) in de controlegroep, wat resulteert in een risicoverhouding van 0,69 (BI95 0,52-0,91; p = 0,08).

In de oorspronkelijke opzet was het de bedoeling om ook het effect van tranexaminezuur op hysterectomie vast te stellen, maar de beslissing tot hysterectomie werd vaak al genomen op het moment van inclusie, wat een goede vergelijking onmogelijk maakt. Er werden dan ook geen significante verschillen waargenomen in de aantallen hysterectomieën in beide groepen (3,5 tegen 3,6%).

Er werden geen wezenlijke verschillen gevonden in bijwerkingen. Trombo-embolische complicaties, die speciale aandacht kregen, vertoonden een risicoverhouding van 0,88 (BI95 0,54-1,43; p = 0,603).

Document acties

gearchiveerd onder: , ,
Back to top