Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen

Navigatie

Medicamenteuze ondersteuning bij alcoholverslaving

Afgekickt van alcohol: en nu?

PW Magazine 01, jaar 2012 - 05-01-2012 | door Mandy van Rhenen
In Nederland drinken 8,5 miljoen mensen alcohol. Meestal is dit geen probleem, maar in sommige gevallen ontstaat er een alcoholverslaving. Tussen 2007 en 2009 voldeden 82.400 mensen aan de criteria voor alcoholverslaving.

Na de eerste glazen heeft alcohol een stimulerend effect, maar naarmate de hoeveelheid alcohol toeneemt, verandert dit in een sederend effect met motorische stoornissen (zwalken, dubbele tong). Alcohol heeft invloed op de activiteit van verschillende receptoren, zoals 5-HT3, nicotine, GABAA, NMDA, δ- en μ-receptor. Verslaving kan ontstaan doordat alcohol dopamine in de nucleus accumbens indirect verhoogt door activering van GABAA-receptoren of remming van NMDA-receptoren [1].

2012pw01p19Behandeling

De eerste stap bij de behandeling van een alcoholverslaving is het afkicken. De ontwenningsverschijnselen beginnen enkele uren na het staken van het alcoholgebruik en zijn het hevigst na 24-36 uur. De patiënt heeft 3-7 dagen last van trillen, zweten en slapeloosheid. In ernstige gevallen kunnen insulten of een delirium ontstaan. De ‘detox’-periode kan worden ondersteund met benzodiazepines [2, 3].

De kans op terugval is groot. Een aantal geneesmiddelen wordt gebruikt om deze kans te verkleinen [2, 4, 5].

•  Acamprosaat: een GABA-agonist en glutamaatantagonist die de behoefte aan alcohol vermindert (‘craving’). Zowel op korte als lange termijn bleef een groter percentage patiënten met acamprosaat abstinent, ook 1-2 jaar na het stoppen van de behandeling. De aanbevolen behandelduur is 1 jaar. Ondanks de lange halfwaardetijd (33 uur) wordt acamprosaat 3x per dag ingenomen.

•  Disulfiram: een irreversibele remmer van het enzym aldehydedehydrogenase. Deze is betrokken bij de afbraak van alcohol. Bij inname van alcohol ontstaat ophoping van aceetaldehyde, wat leidt tot symptomen als een warm gevoel, misselijkheid en angst. In ernstige gevallen kunnen ook insulten, ademhalingdepressie en zelfs een myocardinfarct ontstaan. Het is een afschrikwekkend middel en heeft geen invloed op blijvende onthouding. Logischerwijs is therapietrouw een groot probleem. Disulfiram wordt als onderhoudsdosering 2 of 3 x per week ingenomen.

•  Naltrexon: een langwerkende opioïdereceptorantagonist. Naltrexon wordt ook gebruikt bij opioïdeverslaving, maar waarschijnlijk speelt het opioïdesysteem ook een rol bij alcoholverslaving. Hierdoor vermindert het de ‘craving’ op een andere manier dan acamprosaat en kunnen beide middelen worden gecombineerd. Het lijkt alleen effecten op de korte termijn te hebben (enkele maanden).

•  Topiramaat wordt soms off-label toegepast, maar er is nog te weinig bewijs en de bijwerkingen zijn aanzienlijk.

Acamprosaat en naltrexon zijn middelen van eerste keus om terugval bij alcoholverslaving te voorkomen. Beiden kunnen worden gestart tijdens de ‘detox’. Disulfiram is een middel van tweede keus. Het is minder veilig en moet onder toezicht worden ingenomen. Hoewel de resultaten bescheiden zijn, wordt medicamenteuze ondersteuning vaak toegepast om de kans op terugval te verkleinen.

 

Literatuur

1 Cami J et al. Drug addiction. N Engl J Med 2003;349:975-86.

2 Trimbos-instituut/GGZ-richtlijnen. Multidisciplinaire richtlijn stoornissen in het gebruik van alcohol, 2009.

3 http://www.jellinek.nl/informatie_en_advies/vraag_en_antwoord/vraag/532/Hoe-lang-duren-ontwenningsverschijnselen-bij-alcohol, geraadpleegd op 29-11-2011.

4 Boonstra M. Handleiding medicamenteuze terugvalpreventie bij alcoholafhankelijkheid. Jellinek 2009.

5 KNMP Kennisbank, geraadpleegd op 29-11-2011.

Document acties

Back to top