Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen

Navigatie

Herexamen 2022 PW3

PW3 - 19-01-2022 | door Marjorie Nelissen-Vrancken, apotheker Instituut Verantwoord Medicijngebruik

Welke bloeddrukverlager heeft de voorkeur bij de behandeling van hoge bloeddruk bij patiënten met hartfalen met behouden linkerventrikelejectiefractie (HFpEF)?

  1. ACE-remmer
  2. Er is geen voorkeur.
  3. calciumantagonist (dihydropyridine)
  4. selectieve bètablokker

Toelichting

Het juiste antwoord is: er is geen voorkeur.

De NHG-Standaard Hartfalen (2021) adviseert een verhoogde bloeddruk bij patiënten met HFpEF te behandelen volgens de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement (2019). Deze standaard geeft geen voorkeur voor een van de middelen. Diuretica, ACE-remmers, angiotensine-II-antagonisten, calciumantagonisten en bètablokkers hebben namelijk een even groot bloeddrukverlagend effect. Bij hartfalen dienen wel de calciumantagonisten met een niet-dihydropyridinestructuur (diltiazem en verapamil) te worden vermeden.

Bron: FTO-module Behandeling van hartfalen (www.ivm.nl)

Document acties

Back to top