Herexamen PW4 2026
Welk van de vier farmacogenetische metaboliser-types voor CYP2C19 toont de minste variatie in CYP2C19-enzymactiviteit?
-
intermediate metabolisers (IM)
-
normal metabolisers (NM)
-
poor metabolisers (PM)
-
ultrarapid metabolisers (UM)
Toelichting
Het juiste antwoord is: poor metabolisers (PM)
Het juiste antwoord is poor metabolisers (PM). Voor CYP2C19 hebben poor metabolisers (vrijwel altijd) twee allelen die tot een inactief enzym leiden en daardoor geen CYP2C19-enzymactiviteit. De invloed van niet-genetische factoren (biologische variatie, comedicatie en omstandigheden die CYP2C19 remmen of induceren) op de enzymactiviteit is daarom voor PM afwezig. Zowel bij verhoging als verlaging van de hoeveelheid enzym blijft de enzymactiviteit nul.
Dit in tegenstelling tot bij intermediate, normal en ultrarapid metabolisers, die wel enzymactiviteit hebben en dus gevoelig zijn voor deze niet-genetische factoren. Het gevolg hiervan is dat de enzymactiviteit van poor metabolisers niet overlapt met die van andere metabolisers, terwijl de enzymactiviteit van normal metabolisers wel overlapt met die van intermediate en ultrarapid metabolisers.
Bronnen:
• Roh HK et al. CYP2C19 genotype and phenotype determined by omeprazole in a Korean population. Pharmacogenetics 1996;6:547-51
• Li-Wan-Po A et al. Pharmacogenetics of CYP2C19: functional and clinical implications of a new variant CYP2C19*17. Br J Clin Pharmacol 2010;69:222-30
• KNMP Kennisbank – medicatiebewaking – medisch farmaceutische beslisregels – farmacogenetica – TPMT https://kennisbank.knmp.nl/files/medisch_farmaceutische_beslisregels/pdf/TPMT.pdf geraadpleegd op 26 november 2025. Deze bron geeft de verdeling van de enzymactiviteit weer voor een enzym, waarvoor de poor metaboliser geen enzymactiviteit heeft.