Herexamen 2025 PW46
Bij welk antibioticum voor een urineweginfectie past u de dosering bij orale toediening aan bij een eGFR <30 ml/min?
-
amoxicilline
-
amoxicilline/clavulaanzuur
-
ciprofloxacine
-
fosfomycine
Toelichting
Het juiste antwoord is: ciprofloxacine
Aanpassing van de dosering bij een ernstig verminderde nierfunctie (tussen 10 en 30 ml/min/1,73 m2) is nodig bij:
• ciprofloxacine (normale keerdosis, maar met een interval van 24 uur tussen twee doses);
• cotrimoxazol (50% van de keerdosis of verdubbeling van het doseerinterval);
• trimethoprim (eerste drie dagen normale dosering, daarna 50% van de normale dosering).
Bij fosfomycine is geen dosisaanpassing nodig. Ook voor amoxicilline/clavulaanzuur is dosisaanpassing niet nog. Let op: dit is een gewijzigd advies (oud advies was wel dosisaanpassing).
Nitrofurantoïne dient u te vermijden. Bij patiënten met een verminderde nierfunctie kan nitrofurantoïne cumuleren in bloed en weefsel, waardoor ernstige neuropathie kan optreden. Bovendien bereikt een normale therapeutische dosering geen bactericide concentratie in de urine bij patiënten met een creatinineklaring van <30 ml/min.
Bron:
NHG-Standaard Urineweginfecties (2025) en FTO-modules ‘Urineweginfecties’ en ‘Urineweginfecties bij kwetsbare ouderen’ (2025)