Nieuwsoverzicht

'Grote regionale verschillen in vermijdbare bijwerkingen'

Algemeen nieuws
1 oktober 2026

Patiënten lopen in delen van Nederland veel meer risico op bijwerkingen of complicaties van medicijnen dan in andere regio’s. Het aandeel chronische gebruikers van glucocorticoïden van 50 jaar en ouder dat medicatie voor fractuurpreventie krijgt, loopt uiteen van minder dan 35% tot bijna 85%. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM).

Osteoporose

Slechts de helft van de chronische gebruikers van systemische glucocorticoïden van 50 jaar en ouder kreeg in 2025 medicatie voor fractuurpreventie, concludeert het IVM in de nieuwe themarapportage Medicatieveiligheid 2025.

In de regio de Kempen, ten zuidwesten van Eindhoven, krijgt een kleine 85% van deze gebruikers fractuurpreventie, terwijl in Leeuwarden minder dan 35% deze preventie krijgt. Ook het voorschrijven van fractuurpreventie bij chronisch systemisch glucocorticoïdgebruik is in delen van de provincie Groningen, Breda en omgeving, Achterhoek en Maastricht en omgeving minder dan 40%.

Een van de bijwerkingen van glucocorticoïden is osteoporose, vooral bij langdurig gebruik, wat de kans verhoogt op wervelfracturen. Richtlijnen raden daarom aan preventieve medicatie, zoals bisfosfonaten of denosumab, voor te schrijven bij langdurig gebruik van glucocorticoïden.

Valrisico

Verder blijkt uit het onderzoek van het IVM dat vorig jaar 15,5% van de patiënten van 65 jaar en ouder twee of meer valrisicoverhogende geneesmiddelen naast elkaar gebruikten. Dit zijn meer dan 450.000 65-plussers. Meestal bleef het bij twee middelen, een klein deel gebruikte drie, vier of meer valrisicoverhogende middelen naast elkaar.

De regio’s met de hoogste percentages zijn Zeeuws-Vlaanderen, de Betuwe, Rivierenland en delen van Noord- en Zuid-Limburg. Dit zijn ook veelal de regio’s die in 2024 het hoogste percentage 80-plussers hadden die twee of meer valrisicoverhogende geneesmiddelen naast elkaar gebruikten, aldus het IVM.

Langdurig gebruik DAPT

Het aantal patiënten dat duale antiplaatsjestherapie (DAPT) langer gebruikt dan de aanbevolen standaardtermijn van twaalf maanden gebruikt daalt, maar al enkele jaren gebruikt 5 tot 7% van deze patiënten de combinatie langer dan de aangeraden twaalf maanden. Tussen regio’s verschilt dit aandeel van 1,9% tot 9,9%.

Als artsen triple-therapie voorschrijven, is dat in de laatste jaren steeds vaker voor een periode van dertig dagen. Dit is in lijn met de aangepaste aanbevelingen, maar volgens het IVM krijgt nog steeds een deel van de gebruikers van triple-therapie deze middelen voor een langere periode dan aanbevolen.

Delen therapieduur

Het IVM roept huisartsen en apothekers op 65-plussers op te sporen die meerdere valrisicoverhogende medicijnen naast elkaar gebruiken en te beoordelen of deze medicatie nog nodig is of in doses verlaagd kan worden.

Ook moeten de zorgverleners op zoek naar patiënten die chronische systemisch glucocorticoïden gebruiken zonder medicatie voor fractuurpreventie, en patiënten met (mogelijk) te lang duale of triple-therapie.

Verder adviseert het IVM de regionale samenwerkingsverbanden in de eerste lijn om in gesprek te gaan met medisch specialisten die langdurig systemisch glucocorticoïden voorschrijven, en hen ook te wijzen op het belang van het delen van de therapieduur met zowel de huisarts als de apotheker bij het overdragen van de patiënt naar de eerste lijn.