In de zorg voor kwetsbare ouderen vlakt de groeiende kostenstijging af, en in de langdurige zorg stijgen de kosten naar schatting met 5% naar € 40,8 miljard, concludeert het Zorginstituut op basis van declaratiegegevens van zorgverzekeraars en zorgkantoren.
In de huisartsenzorg stijgen de kosten vooral door hogere lonen en consultkosten: in totaal met 8% naar € 5,9 miljard. De lonen van huisartsen in loondienst stegen per 1 februari 2026 met 3%, en per 1 juli 2026 stijgt het minimumloon van doktersassistenten met 2,9%.
Daarnaast krijgen huisartsen een hogere structurele vergoeding via de regeling ‘Meer tijd voor de patiënt’; die vergoeding stijgt van € 3,23 naar € 3,40 per ingeschreven patiënt. Dankzij deze regeling krijgen patiënten nu een consult van 15 minuten in plaats van 10 minuten. Meer tijd voor de patiënt verlicht, volgens het Zorginstituut, de druk op de huisarts en helpt de kwaliteit van zorg verder verbeteren.
Helikopter
Verder stijgen de kosten van ziekenvervoer met 8,7% naar € 1,2 miljard, voornamelijk door vervoer met de ambulance en helikopter. De stijging komt vooral door de tariefverhoging van 5%. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft in 2026 namelijk een hoger budget vastgesteld voor de Regionale Ambulancevoorzieningen (RAV’s). Daarmee houden de regio’s het ambulancevervoer en de meldkamer beschikbaar en operationeel, aldus het Zorginstituut.
Wet langdurige zorg
De totale kosten voor de Wet langdurige zorg (Wlz) stijgen met 5% naar € 40,8 miljard. Zorg in natura stijgt met 4,8% naar € 36,8 miljard. Bij zorg in natura koopt het zorgkantoor de zorg in bij een gecontracteerde zorgaanbieder; de cliënt hoeft dan zelf niks te regelen.
De kosten voor het persoonsgebonden budget (pgb) stijgen iets meer: met 6,4% naar € 4 miljard. Loonstijgingen en prijsstijgingen zijn meegenomen in deze percentages, aldus het Zorginstituut.