De richtlijn adviseert om lithium bij ouderen aangepast te doseren. Voor patiënten van 60 tot 79 jaar wordt gestreefd naar serumspiegels van 0,4-0,8 mmol/l. Voor mensen van 80 jaar en ouder naar 0,4-0,7 mmol/l. Volgens de richtlijn is behandeling met lage doseringen lithium bij ouderen veilig en doorgaans goed te verdragen. Een therapeutische spiegel wordt vaak al bereikt met een 25-50% lagere dagdosis dan bij jongere volwassenen.
Bij het ouder worden veranderen de farmacodynamiek en -kinetiek, waardoor een lagere dosis en serumspiegel gerechtvaardigd zijn. Ouderen zijn gevoeliger voor interacties en bijwerkingen, waaronder nierproblemen en hypothyreoïdie. Ook wordt de bloed-hersenbarrière meer permeabel, waardoor de beschikbaarheid van lithium in de hersenen bij lagere serumwaarden toch hoog kan zijn.
De richtlijn bevat ook een herziene module over het veilig voorschrijven van lithium. Camcolit en Priadel worden daarin genoemd als voorkeurspreparaten. Generieke lithiumcarbonaatpreparaten (tabletten van 100, 200, 300 of 400 mg) hebben niet de voorkeur, omdat de tabletten niet zijn gecoat en daardoor vaker een onaangename smaak hebben. Dit kan de therapietrouw negatief beïnvloeden. Ook kunnen de verschillende doseringssterkten de kans op medicatiefouten vergroten, wat kan leiden tot intoxicaties of ineffectiviteit.
De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van NVvP, in samenwerking met psychiaters (NVvP), psychologen (NIP), verpleegkundig specialisten (V&VN) en patiëntvertegenwoordigers en hun naasten (Plusminus, KenBis).