'Verhoog dosering antihistaminicum bij onvoldoende effect'
De behandeling start volgens de richtlijn met de geregistreerde standaarddosering van een tweede-generatie-antihistaminicum. Het effect moet na twee tot vier weken worden geëvalueerd. Bij onvoldoende effect kan de dosering worden verhoogd tot maximaal viermaal de standaarddosering. Verschillende onderzoeken laten zien dat een hogere dosering kan leiden tot betere symptoomcontrole. Bij voorkeur wordt de totale dagdosering verdeeld over twee giften.
De richtlijn waarschuwt dat dosisverhoging gepaard kan gaan met een toename van bijwerkingen, zoals sufheid, vermoeidheid en een droge mond.
Afbouwen
Het effect van de behandeling dient na twee tot vier weken en na elke dosisverhoging te worden beoordeeld. Bij een goed effect wordt aangeraden het middel af te bouwen. Bij onvoldoende effect of bijwerkingen kan overwogen worden te switchen van antihistaminicum. Hier is echter onvoldoende overtuigend bewijs voor.
Antihistaminica worden onderverdeeld in middelen van de eerste generatie (klassieke, sederende antihistaminica) en van de tweede generatie (niet-sederende antihistaminica). Voorbeelden van tweede-generatie-antihistaminica zijn desloratadine en levocetirizine.