'Wees terughoudend met ACE-remmers bij Raynaud'
ACE-remmers als captopril en enalapril hebben een vaatverwijdende werking. Maar deze middelen lijken geen gewenste effecten te hebben op het verminderen van de frequentie van aanvallen bij het secundair fenomeen van Raynaud, blijkt uit onderzoek. Ook lijken ze niet de duur en ernst van de aanvallen te verminderen. Tevens lijkt er geen subjectieve verbetering te zijn van de klachten in vergelijking met placebo na vier tot zes weken follow-up. Daarnaast kunnen er mogelijk ongewenste effecten optreden.
Ook wordt aangeraden terughoudend te zijn met het voorschrijven van een angiotensine-II-antagonist, zoals losartan, bij patiënten die onder behandeling zijn in de tweede lijn. Losartan lijkt volgens de richtlijn geen gewenste effect te hebben, maar lijkt ook relatief weinig bijwerkingen te hebben.
Calciumantagonisten
Calciumantagonisten (met vertraagde afgifte) en fosfodiësteraseremmers zijn wel te overwegen bij patiënten die onder behandeling zijn in de tweede of derde lijn. Het gebruik van calciumantagonisten lijkt de frequentie, duur en ernst van de aanvallen te verminderen, echter is de kwaliteit van het bewijs zeer laag. Fosfodiësteraseremmers in een vaste dosering verminderen de frequentie en duur van de aanvallen mogelijk enigszins.
Het fenomeen van Raynaud is een aanvalsgewijze pijnlijke verkleuring van de vingers en soms ook andere extremiteiten. Bij een minderheid van de patiënten treden ernstigere symptomen op, zoals digitale ulcera of kritieke ischemie. De oorzaak is vaak een onderliggende systemische auto-immuunziekte. Dit wordt het secundaire fenomeen van Raynaud genoemd.