Oxytocine en carbetocine bij bloedverlies na bevalling
Bij vrouwen met een verhoogd risico op haemorrhagia postpartum (HPP) zijn volgens de richtlijn naast oxytocine en carbetocine ook methylergometrine en misoprostol te overwegen. Als er geen sprake is van een verhoogd risico op HPP wordt oxytocine aanbevolen. Oxytocine is een effectief middel voor de preventie van HPP en heeft weinig bijwerkingen vergeleken met andere uterotonica.
Indien sprake is van aanhoudend bloedverlies en oxytocine onvoldoende werkzaam blijkt, kan methylergometrine als volgende stap in de behandeling worden toegepast, gevolgd door sulproston indien nodig.
Uterusatonie
Bijna één op de tien vrouwen krijgt na de bevalling te maken met ernstig bloedverlies. De meest voorkomende oorzaak van HPP, ook bekend als postpartale uterusbloeding, is uterusatonie. De middelen die hierbij worden toegepast versterken of wekken contracties van de uterus op. Oxytocine is een hypofysehormoon en carbetocine is een oxytocineagonist. Misoprostol en sulproston zijn prostaglandines en methylergometrine is een ergotalkaloïd.
De WHO definieert HPP als bloedverlies van 500 ml of meer binnen 24 uur na de bevalling. In Nederland wordt HPP gedefinieerd als bloedverlies van ten minste 1000 ml. Preventieve maatregelen zijn erop gericht om de hoeveelheid bloedverlies na de bevalling zo gering mogelijk te houden.