NHG: risico op lage medicatiespiegel bij braken
Bij koorts, braken, diarree en dehydratie of een verhoogd risico hierop kan volgens de herziene standaard tijdelijke aanpassing van medicatie nodig zijn. Dit is afhankelijk van het klinisch beeld, zoals de ernst en duur van de klachten en mate van ziek-zijn. Ook patiëntkenmerken spelen hierbij een rol, zoals de leeftijd, comorbiditeiten en kwetsbaarheid. Naast een te lage medicatiespiegel kan een te hoge medicatiespiegel ontstaan door dehydratie en nierfunctiestoornissen bij aanhoudend braken of diarree.
Bij koorts, braken en diarree wordt geadviseerd metformine tijdelijk te staken vanwege risico op lactaatacidose en SGLT-2-remmers tijdelijk niet in te nemen vanwege het risico op euglykemische ketoacidose. Patiënten die SU-derivaten als glimepiride en tolbutamide gebruiken, wordt geadviseerd deze ook tijdelijk te staken in verband met het risico op hypoglykemie. Voor gliclazide geldt dat tijdelijke staking alleen noodzakelijk is bij dehydratie en sterk verminderde koolhydraatinname.
Bij anti-epileptica is er een risico op verminderde absorptie. Geadviseerd wordt te overleggen met de behandelend specialist. Verder is er bij gebruik van digoxine of lithium een risico op intoxicatie, waarvoor overleg met de specialist gewenst is. Bij gebruik van digoxine wordt geadviseerd de spiegel te bepalen. Zodra de patiënt is hersteld kan de behandeling worden hervat.
Antibiotica
De standaard adviseert antibiotica bij gastro-enteritis uitsluitend te overwegen in specifieke situaties. Dit kan bij ernstige ziekteverschijnselen, waaronder aanhoudende, hoge koorts in combinatie met frequente waterdunne diarree of bloed bij de ontlasting of een verhoogd risico op een ernstig beloop van de infectie. Bij een onbekende verwekker heeft een behandeling met azitromycine de voorkeur, eventueel na overleg met de arts-microbioloog of internist-infectioloog. Artsen kunnen antibiotica geven in aanvulling op (eventuele) behandeling met ORS.
Gastro-enteritis is het gevolg van een ontsteking van het maagdarmkanaal, waarbij vrijwel altijd diarree optreedt. Het kan gepaard gaan met misselijkheid en braken. De oorzaak kan een bacterie, virus, parasiet of microbieel toxine zijn.
In de meeste gevallen duurt gastro-enteritis vier tot zeven dagen. 90% van de patiënten is na tien dagen klachtenvrij. Vooral kinderen jonger dan 2 jaar hebben een hoger risico op dehydratie. Bij ouderen loopt het risico geleidelijk op met het stijgen van de leeftijd.
In de herziene standaard zijn de NHG-Standaard Acute diarree en de NHG-Behandelrichtlijn Misselijkheid en braken samengevoegd.