Corticosteroïd-injecties terughoudend inzetten bij hielspoor
Volgens de herziene richtlijn zijn lokale corticosteroïd-injecties te overwegen indien eerdere conservatieve behandelingen en pijnstilling onvoldoende effectief zijn. Maar de langetermijneffecten op zowel pijn als functie zijn onduidelijk. Daarnaast kunnen ernstige complicaties ontstaan, al is het risico hierop klein. Mogelijke complicaties zijn onder meer een ruptuur van de peesplaat onder de voet (fascia plantaris), infectie en huid- of vetatrofie. Voorafgaand aan de behandeling dient de behandelaar de effecten en risico’s met de patiënt te bespreken.
De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG), in samenwerking met vertegenwoordigers van orthopeden (NOV), fysiotherapeuten (KNGF), manueel therapeuten (NVMT) en radiologen (NVvR).
Herhaalde toediening
Indien gekozen wordt voor corticosteroïd-injecties, adviseert de richtlijn deze altijd te combineren met krachtoefeningen. Daarnaast wordt aanbevolen een interval van minimaal drie maanden tussen injecties te hanteren. Verder is terughoudendheid geboden bij herhaalde toediening van corticosteroïden als eerdere behandeling geen effect had.
Hielspoor, ook bekend als fasciopathie plantaris en fasciitis plantaris, komt vooral voor bij mensen tussen 40 en 60 jaar. Kenmerkend is geleidelijk ontstane pijn aan de onderzijde van de hiel. De etiologie is niet volledig opgehelderd, maar overbelasting, bijvoorbeeld door langdurig staan of hardlopen, lijkt een belangrijke factor. Hierdoor ontstaan kleine beschadigingen in het bindweefsel dat de hiel met het midden van de voetzool verbindt.