‘Vroegdiagnostiek en medicatie kunnen groei dementie niet stoppen’
De beschikbare methoden voor vroegdiagnostiek, zoals biomarkertesten, zijn niet betrouwbaar genoeg om breed in te zetten in de eerstelijnszorg. Sommige biomarkers kunnen kenmerkende eiwitstapelingen in de hersenen aantonen met een nucleaire scan, in hersenvocht en in bloed.
Maar de diagnostische en prognostische waarde van deze methoden zijn beperkt, en er is geen effectieve therapeutische behandeling beschikbaar om bij een vroege diagnose het ziekteproces te stoppen of te vertragen.
Dat schrijft de commissie Vroegsignalering van dementie van de Gezondheidsraad in een vandaag gepubliceerd advies aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De minister heeft de Gezondheidsraad gevraagd welke maatregelen nodig zijn om de verwachte stijging van ziektelast door dementie tegen te gaan. Naar schatting zijn er in Nederland ruim 290.000 mensen met dementie, en dit aantal zal door de vergrijzing toenemen de komende jaren.
Geneesmiddelen voor de ziekte van Alzheimer laten, volgens de commissie, in studies een beperkt effect zien op de snelheid van cognitieve achteruitgang, met daarbij het risico op ernstige bijwerkingen en hoge kosten. Ook is het indicatiegebied van deze medicijnen beperkt: de meeste mensen met alzheimer-pathologie komen er niet voor in aanmerking.
Preventie
De commissie adviseert vooral in te zetten op maatregelen die het risico op het ontwikkelen van dementie kunnen verminderen. Uit de wetenschappelijke literatuur komt een flink aantal factoren naar voren die het risico op dementie waarschijnlijk verhogen, waaronder hoge bloeddruk, diabetes, roken en obesitas, aldus de commissie.
Preventieve maatregelen die ingrijpen op risicofactoren voor dementie hebben een bewezen gunstig effect op hart- en vaatziekten, kanker, sterfte en de kwaliteit van leven. De commissie adviseert deze maatregelen ter voorkoming van andere chronische aandoeningen te versterken, omdat er veel verschillende factoren samenhangen met het risico op dementie.
Hoge bloeddruk
Bij het focussen op meer preventie vraagt de commissie extra aandacht voor hoge bloeddruk, want er is een sterk bewijs dat bloeddrukverlaging het risico op dementie verlaagt.
Verder moeten de preventieve maatregelen gericht zijn op de gehele bevolking, stelt de commissie, die benadrukt dat veel van de risicofactoren voor dementie vaker voorkomen bij mensen met een migratieachtergrond.
Voor deze doelgroep moeten de maatregelen worden aangepast in het juiste taalgebruik, rekening houdend met culture verschillen en verschillen in kennis over dementie, aldus de Gezondheidsraad.