Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen

Navigatie

‘Ouderen met hoogste risico op vallen het minst vaak getest’

01-12-2025
Vooral ouderen met een hoog risico op vallen en onderliggend lijden zijn vorig jaar het minst getest. In totaal werden ten minste 50.000 testen afgenomen bij thuiswonenden ouderen, maar dat blijft achter bij het beoogde doel. Dat blijkt uit nieuw RIVM-onderzoek naar de Ketenaanpak Valpreventie.
‘Ouderen met hoogste risico op vallen het minst vaak getest’

Het aantal thuiswonende 65-plussers bij wie een valrisicotest is afgenomen, is in 2024 weliswaar gestegen, maar het doel van 14% van alle thuiswonende ouderen (ruim 500.000) is niet gehaald.

Volgens de onderzoekers van het RIVM is dit echter een onderschatting, omdat niet alle testen worden geregistreerd. Gemeenten hebben deels inzicht in het aantal valrisicotesten, maar van het aantal afgenomen testen door zorgverleners zijn geen cijfers bekend.

Verder blijkt uit het onderzoek dat de screening – het beoordelen van het valrisico –, bedoeld voor ouderen met het hoogste valrisico, nog weinig wordt uitgevoerd. Ook ontbreken vaak samenwerkingsafspraken op dit onderdeel van de ketenaanpak, en het is niet bekend hoeveel ouderen na een cursus blijven sporten en bewegen, aldus het RIVM.

Apothekers

Bijna alle gemeenten werken aan de inrichting van de Ketenaanpak Valpreventie: 76% geeft aan de valrisicotest te gebruiken. Ook is het aantal ouderen dat door gemeenten is opgespoord en heeft deelgenomen aan een valcursus gestegen, maar de groep met het hoogste risico wordt minder goed bereikt.

Zorgverleners zoals ziekenhuizen, apothekers, huisartsen en thuiszorg zouden hierin, volgens het RIVM, een actievere rol kunnen spelen. Op dit punt ontbreekt het echter soms nog aan kennis over de ketenaanpak om het valrisico op te sporen en naar de juiste plek door te verwijzen.

Ook kunnen zorgverleners meer doen om kwetsbare groepen – zoals ouderen met een laag inkomen of ouderen in sociaal isolement – te bereiken. Daarnaast is er behoefte om de opsporing beter te registreren, en in hoeverre ouderen na een valcursus structureel blijven sporten en bewegen.

Betere samenwerking

Over het algemeen concludeert het RIVM dat de samenwerking tussen zorgverzekeraars, zorgverleners, gemeenten en sportorganisaties is verbeterd. Ook worden steeds meer afspraken gemaakt, maar die blijken in de praktijk moeilijk uit te voeren, doordat partijen op verschillende manieren werken of elkaars taal niet spreken.

Het RIVM brengt elk jaar de voortgang en resultaten van de Ketenaanpak Valpreventie in kaart; dit derde rapport gaat over 2024 en het eerste kwartaal van 2025. De Ketenaanpak Valpreventie bestaat uit vier stappen: signaleren welke ouderen een grote kans hebben om te vallen, onderzoeken welke factoren de kans om te vallen vergroten, deelname van ouderen aan een valcursus, en blijven sporten bewegen.

Document acties

Back to top