Herexamens

38

Herexamen 2026 PW40

Auteur: Marloes Dankers, apotheker Instituut Verantwoord Medicijngebruik
29 september 2026

Wat is de reden dat lidocaïne-hydroxypropyl-β-cyclodextrine niet wordt aanbevolen als behandeling bij post-COVID?

Toelichting

Het juiste antwoord is: Alle antwoorden zijn juist..

Onderzoeken toonden bij post-COVID verhogingen van cytokinen aan. Gebruik van lidocaïne zou theoretisch tot een verlaagde immuunrespons en een verminderde afgifte van cytokinen kunnen leiden. Een Nederlands experimenteel onderzoek evalueerde het effect van subcutaan toegediend lidocaïne-hydroxypropyl-β-cyclodextrine bij patiënten met post-COVID. De resultaten leken veelbelovend, maar er zijn diverse kritische kanttekeningen geplaatst bij dit onderzoek.

Zo is het onderzoek uitgevoerd zonder controlegroep, zonder objectieve uitkomstmaten en schoot de registratie tekort. Dit betrof onder meer registratie van comorbiditeit, comedicatie en eerdere behandelingen voor post-COVID, maar ook van therapietrouw en eventuele negatieve uitkomsten.

Het onderzoek is uitgevoerd met een aangepaste vorm van lidocaïne waardoor het als nieuw geneesmiddel moet worden beschouwd. De dan noodzakelijke toetsing door een daartoe bevoegde medisch-ethische commissie ontbrak. Ook is er onvoldoende gecommuniceerd over bijwerkingen en incidenten.

De studie is inmiddels teruggetrokken. De kosten voor deze aangepaste vorm van lidocaïne kunnen oplopen tot duizenden euro’s per maand.

Bron: FTO-module post-COVID (https://www.medicijngebruik.nl/fto-voorbereiding/fto-module-presentatie/5773/post-covid), geraadpleegd op 31 juli 2026

65

Herexamen 2026 PW39

Auteur: Tanja Tai, masterstudent Farmacie, stagiair, Jenny Hartman, apotheker Bijwerkingencentrum Lareb
21 september 2026

SGLT-2-remmers zoals canagliflozine, dapagliflozine, empagliflozine en ertugliflozine worden gebruikt bij diabetes, hartfalen en chronische nierschade. Een zeldzame, maar ernstige bijwerking bij het gebruik van SGLT-2-remmers is diabetische ketoacidose.

Welke stelling(en) is/zijn waar over SGLT-2-remmer-geïnduceerde diabetische ketoacidose?

I. De bloedglucose kan normaal of verhoogd zijn.

II. De diabetische ketoacidose kan zowel vroeg als laat na start met de SGLT-2-remmer optreden.

Toelichting

Het juiste antwoord is: Stelling 1 en 2 zijn juist..

Stelling 1 en stelling 2 zijn juist. SGLT-2-remmers kunnen zowel een ‘klassieke’ diabetische ketoacidose als een euglykemische diabetische ketoacidose veroorzaken. Bij een klassieke diabetische ketoacidose is de bloedglucose sterk verhoogd. Bij een euglykemische diabetische ketoacidose blijft de bloedglucose juist normaal of licht verhoogd, onder de 14 mmol/l. Een normale bloedglucosewaarde sluit diabetische ketoacidose bij SGLT-2-remmergebruik dus niet uit.

Diabetische ketoacidose kan zowel kort na het starten van een SGLT-2-remmer als na langdurig gebruik ontstaan. Meestal gebeurt dit als een relatief insulinetekort ontstaat doordat er een risicofactor bijkomt, zoals verminderde voedselinname, intermitterend vasten of een koolhydraatarm dieet, ondervoeding, overmatig alcoholgebruik, acute ziekte of een operatie.

Uit meldingen aan Bijwerkingencentrum Lareb blijkt dat de gemiddelde tijd tot het ontstaan van een diabetische ketoacidose ongeveer 23 maanden bedraagt, met een spreiding van 2 dagen tot 81,5 maanden. 

Bron: Bijwerkingencentrum Lareb. Kennispagina Diabetische ketoacidose en SGLT2-remmers, te vinden via https://www.lareb.nl/geneesmiddel-kennis-pagina/Diabetische+ketoacidose+en+SGLT2+ remmers. Geraadpleegd op 25 juni 2026
50

Herexamen 2026 PW38

Auteur: Astrid Annaciri-Donkers, Laboratorium der Nederlandse Apothekers/KNMP
15 september 2026

In Oralia VTGM is het advies om Mesalazine MSR-tabletten heel in te nemen, zodat de maagsapresistente coating intact blijft. Waarom moet de coating intact blijven?

I. De coating moet intact blijven, omdat het geneesmiddel in contact met maagzuur zijn werking verliest.

II. De coating moet intact blijven, omdat het geneesmiddel zonder coating de plaats van werking niet bereikt.

Welke stelling is juist?

Toelichting

Het juiste antwoord is: Stelling II is juist..

Mesalazine werkt voornamelijk lokaal in de darmen. De coating van de Mesalazine MSR-tabletten moet intact blijven, omdat het geneesmiddel pas in een specifiek deel van het maagdarmkanaal moet vrijkomen. De coating bevat onder meer een polymeer, zoals methacrylzuur copolymeer, dat zorgt voor een pH-afhankelijke afgifte.

Deze polymeren lossen, afhankelijk van het type, op bij een pH boven de 5,5. Ze zijn bedoeld om het geneesmiddel vrij te geven zodra de pH deze waarde te boven gaat. Hierdoor komt mesalazine vrij in de lagere delen van het maagdarmkanaal, wat de therapeutische effectiviteit vergroot.

Wanneer de beschermende coating wordt fijngemaakt, komt het geneesmiddel direct vrij in de maag. Daardoor bereikt het minder goed de plaats van werking en vermindert de therapeutische effectiviteit. 

 

Bron: Oralia VTGM, monografie Mesalazine tablet msr 250-800 mg, https://kennisbank.knmp.nl/article/oralia_vtgm/Handelsproductgroepen/500.html?searchOrder=1,searchTerm=mesal*, geraadpleegd op 31 juli 2026
40

Herexamen 2026 PW37

Auteur: Jette van Lint, apotheker bij Bijwerkingencentrum Lareb
7 september 2026

Welke van de onderstaande stellingen over urineweginfecties bij gebruik van SGLT-2-remmers is niet juist?

1. Glucosurie, als gevolg van gebruik van een SGLT-2-remmer, bevordert groei van candida op genitaliën en in urinewegen. 

2. Candida-urineweginfecties bij gebruikers van SGLT-2-remmers worden doorgaans eenvoudig opgespoord met een urinestick of dipslide. 

3. Candida-urineweginfecties komen alleen voor bij patiënten die een SGLT-2-remmer gebruiken voor diabetes. 

Toelichting

Het juiste antwoord is: Stellingen 2 en 3 zijn onjuist..

Stelling 1 is juist. SGLT-2-remmers verhogen de glucoseconcentratie in de urine, wat de groei van candida kan bevorderen.

Stelling 2 is onjuist. Candida-urineweginfecties kunnen bij de huisarts gemakkelijk worden gemist, omdat urinesticks en dipslides schimmelinfecties vaak niet detecteren. Ook een urinekweek positief voor candida kan ten onrechte worden beschouwd als contaminatie. Bij gebruikers van een SGLT-2-remmer met persisterende urinewegklachten zonder duidelijke bacteriële oorzaak kan candida echter wel de oorzaak zijn. Door late diagnose kan de infectie ernstig verlopen, met candidemie of obstructie van urinewegen door fungal balls.

Stelling 3 is onjuist. Ernstige candida-urineweginfecties zijn niet alleen beschreven bij patiënten met diabetes, die al een verhoogd risico op schimmelinfecties hebben, maar er zijn ook gevallen gemeld bij Bijwerkingencentrum Lareb van patiënten die een SGLT-2-remmer gebruiken voor hartfalen. 

Bron: Van Lint J, van Puijenbroek EP. Soms ernstige urineweginfecties door candida bij gebruik van SGLT2-remmers. Gebu. 2026;60(4):e2026.4.9 geraadpleegd op 31 juli 2026 
33

Herexamen 2026 PW36

Auteur: Oscar Smeets, Laboratorium der Nederlandse Apothekers/KNMP
1 september 2026

Beoordeel de volgende twee stellingen op juistheid:

I. Een kruidengeneesmiddel is door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beoordeeld op kwaliteit en veiligheid, maar niet op werkzaamheid.

II. Een kruidenpreparaat of kruidensupplement is minder streng gereguleerd maar moet wel altijd een bijsluiter bevatten.

Toelichting

Het juiste antwoord is: Beide stellingen zijn onjuist..

Een kruidengeneesmiddel is een ‘echt’ geneesmiddel met bewezen effect, terwijl een kruidenpreparaat meer een voedingsaanvulling is die men vrij kan kopen.

Een kruidengeneesmiddel valt onder de Geneesmiddelenwet en wordt beoordeeld door het CBG op kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid (vaak via traditioneel gebruik). Het heeft een RVG-nummer en een officiële bijsluiter met een medische claim.

Een kruidenpreparaat (vaak een voedingssupplement) valt onder de Warenwet. Het moet veilig zijn en wordt vooraf niet beoordeeld op werkzaamheid. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert deze producten achteraf risicogericht via steekproeven. Het heeft geen RVG-nummer en een bijsluiter is niet verplicht. Belangrijke informatie moet op het etiket staan. Kruidensupplementen mogen geen medische indicatie hebben. Gezondheidsclaims zijn wel toegestaan.

Bronnen:
• Kruidenmiddelen en medicijnen combineren? https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijninformatie-soorten-medicijnen/medicijninformatie-kruiden geraadpleegd op 3 juli 2026
• Interactie tussen kruiden en medicijnen: uitleg voor zorgverleners https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijnen/kruiden/informatie-voor-zorgverleners geraadpleegd op 3 juli 2026
71

Herexamen 2026 PW35

Auteur: Christien Oussoren, Laboratorium der Nederlandse Apothekers/KNMP
24 augustus 2026

Clobetasolpropionaat-mondspoeling 0,25 mg/ml is in 2024 opgenomen in het FNA. Het preparaat bevat alleen clobetasolpropionaat opgelost in miglyol. Waarom bevat het preparaat geen conserveermiddel?

Toelichting

Het juiste antwoord is: De mondspoeling bevat als oplosmiddel miglyol, waardoor conservering niet nodig is..

Het FNA-voorschrift gaat uit van een oplossing van clobetasolpropionaat 0,25 mg/ml in miglyol. Miglyol, een middellange-ketentriglyceride (Triglycerida saturata media), is een dunne, vloeibare olie bestaande uit triglyceriden van voornamelijk verzadigde middellange-ketenvetzuren. Clobetasolpropionaat lost goed op in miglyol, waardoor er geen problemen zijn met de fysische stabiliteit. De mondspoeling bevat geen water, waardoor groei van micro-organismen niet mogelijk is en conservering dus niet nodig is. 

Bronnen:
• Formularium der Nederlandse Apothekers, Clobetasolpropionaatmondspoeling 0,25 mg/ml FNA, Clobetasolpropionaatmondspoeling 0,25 mg/ml | KNMP Kennisbank geraadpleegd op 3 juli 2026.
• R. Lantink and M Hörnig (2023) in Practical pharmaceutics: An international guideline for the preparation, care and use of medicinal products, Chapter 7 Raw Materials. Le Brun, P., Crauste-Manciet, S., Krämer, I., Smith, J., & Woerdenbag, H. (Eds.) (2nd ed.) Springer Nature. 
33

Herexamen 2026 PW33en34

Auteur: Els Dik, apotheker Instituut Verantwoord Medicijngebruik
11 augustus 2026

Veel antihistaminica hebben invloed op de rijvaardigheid. Welke twee antihistaminica zijn per 1 april 2026 in een andere rijvaardigheidscategorie ingedeeld?

Toelichting

Het juiste antwoord is: mizolastine en cetirizine.

De KNMP heeft per 1 april 2026 de informatieteksten van twintig antihistaminica gewijzigd. De verkorte informatieteksten op rijveiligmetmedicijnen.nl zijn hierop aangepast. In een nieuwsbericht op de site staat vermeld om welke medicatie het gaat. Ook is dit zichtbaar aan de datum bij de individuele informatieteksten.

Cetirizine en mizolastine zijn nu ingedeeld in categorie II (dit was categorie I). De informatietekst is nu voor beide medicijnen:

• bij gebruik tot en met 10 mg per dag mag je pas rijden als er geen bijwerkingen meer zijn;

• bij gebruik van meer dan 10 mg per dag mag je na de start of na verhoging van de hoeveelheid die je gebruikt drie dagen niet rijden. Daarna pas weer rijden als er geen bijwerkingen meer zijn. 

Bronnen:

•  Contra-indicatie Verkeersdeelname, Kennisbank KNMP, https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/ (geraadpleegd op 12 juni 2026)

•  https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/nieuws/216 (geraadpleegd op 12 juni 2026)

•  https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/medicijn/689 (geraadpleegd op 12 juni 2026)

•  https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/medicijn/704 (geraadpleegd op 12 juni 2026)

•  https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/medicijn/lijst/medicijngroep (geraadpleegd op 12 juni 2026)