Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen

Navigatie

'Digitale zorg is zinvol, maar offline alternatieven blijven nodig'

Ondersteuning gewenst voor gebruik van gezondheidsapps

PW8 - 20-02-2026 | door Delia Titre
Digitale zorg, zoals gezondheidsapps, is belangrijk om de toenemende zorgvraag te kunnen opvangen, zegt gezondheidswetenschapper Tessi Hengst. Maar digitale zorg kan gezondheidsverschillen ook vergroten. “We moeten kijken naar individuele factoren die mensen kwetsbaar maken voor digitale uitsluiting.”

“Gezondheidsapps worden steeds vaker ingezet in de zorg”, zegt gezondheidswetenschapper Tessi Hengst. Dat is nodig om de zorgvraag aan te kunnen, maar niet iedereen profiteert van deze ontwikkeling. “Sommige mensen beschikken niet over voldoende kennis, vaardigheden en faciliteiten om mee te kunnen komen.”

Hengst promoveerde aan de Open Universiteit op de factoren die het gebruik van digitale gezondheidsapplicaties beïnvloeden bij mensen in een kwetsbare positie. “Vier jaar geleden werd nauwelijks onderzoek gedaan naar het gebruik van gezondheidsapps door kwetsbare groepen, terwijl het een maatschappelijk relevant onderwerp is. Er wordt veel gedigitaliseerd, maar niet iedereen profiteert daarvan.”

In haar onderzoek definieert Hengst digitale gezondheidsapplicaties (DGA’s) als apps of online toepassingen die zorg verlenen, ondersteunen of bevorderen, binnen en buiten zorginstellingen. Zij onderzocht verschillende typen apps, waaronder een COPD-telemonitoringapp en toepassingen gericht op mentale gezondheid en veiligheid.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is digitale ongelijkheid een groeiend probleem, zegt Hengst, die inmiddels als adviseur patiëntencommunicatie werkzaam is bij het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht. “Vaak wordt verondersteld dat mensen digitaal vaardig zijn en over de juiste middelen beschikken. Maar mensen in een kwetsbare positie kunnen extra belemmeringen ervaren bij digitale zorg. Zij ervaren bovendien ook meer belemmeringen in de traditionele gezondheidszorg. Hierdoor kunnen de bestaande gezondheidsverschillen worden vergroot.”

Tessi Hengst pleit voor een blended aanpak: digitale zorg waar het kan, fysieke zorg waar het nodig is.

Generaliserende labels

Opvallend is dat demografische kenmerken, zoals leeftijd, minder voorspellend zijn voor gebruik van een gezondheidsapp dan vaak wordt gedacht. “Het gaat minder om het feit of iemand ouder is, maar meer om psychosociale factoren. Denk aan het verwachte nut van de app, digitale vaardigheden en sociale invloed.”

Verder blijkt een negatieve houding ten opzichte van digitale zorg een bepalende factor. ”We moeten af van generaliserende labels over kwetsbare groepen en meer kijken naar individuele factoren die mensen kwetsbaar maken voor digitale uitsluiting.”

Uit haar onderzoek komt naar voren dat gerichte ondersteuning essentieel is om adoptie te stimuleren. Zo is er behoefte aan iemand die de app introduceert en het nut ervan uitlegt. “Als een arts, verpleegkundige of apotheker enthousiast en concreet kan toelichten wat een app toevoegt, verlaagt dat de drempel voor het gebruik. Mensen nemen het sneller aan als een zorgprofessional er positief over is.”

Ook zijn digitale trainingen en cursussen nodig om vaardigheden en zelfvertrouwen te vergroten. “Dit kan bijvoorbeeld via bibliotheken of informatiepunten in zorginstellingen.” Daarbij is onboarding belangrijk. “Denk aan samen de app installeren, functies doorlopen en laten zien waar knoppen zitten. En minstens zo belangrijk is dat er daarna nog hulp beschikbaar is bij vragen of technische problemen, bijvoorbeeld bij een digipunt in de wijk.”

Die ondersteuning is niet alleen bedoeld voor patiënten. “Ook zorgprofessionals hebben niet altijd voldoende kennis van de apps die zij aanbevelen. Soms hebben ze een app zelf nog niet gebruikt. Als zij beter weten hoe een app werkt, kunnen zij patiënten gerichter begeleiden.”

 

Uitlegvideo’s

Voor apothekers ziet Hengst ook een rol. “Apotheken zijn laagdrempelig en bevinden zich vaak in gezondheidscentra of in de buurt van huisartsenpraktijken. Zij kunnen begrijpelijke schriftelijke informatie aanbieden over apps of uitlegvideo’s tonen in de wachtruimte.” Idealiter is er een vast aanspreekpunt waar patiënten vragen kunnen stellen over installatie en gebruik. “Ik realiseer me dat dat niet altijd haalbaar is, maar zelfs met folders en korte instructievideo’s kun je al drempels verlagen.”

Hoewel digitale zorg belangrijk zal zijn om de toenemende zorgvraag aan te blijven kunnen, benadrukt Hengst dat apps geen vervanging zijn van fysieke zorg. “Digitale zorg is zinvol, bijvoorbeeld doordat dit het stigma kan verminderen bij mentale gezondheidsproblemen of monitoring op afstand mogelijk maakt. Maar sommige mensen kunnen of willen geen apps gebruiken. Offline alternatieven moeten daarom blijven bestaan.”

Zij pleit daarom voor een blended aanpak. “Digitaal waar het kan, fysiek waar het nodig is. Alleen dan blijft zorg toegankelijk voor iedereen, ongeacht kennis, vaardigheden of overtuigingen.”

In haar huidige functie probeert Hengst de inzichten uit haar proefschrift toe te passen in de praktijk, onder meer door patiëntenfolders interactiever te maken en informatie beter af te stemmen op verschillende vaardigheidsniveaus. “Gezondheidsapps gaan in de toekomst een belangrijke rol spelen in de preventie van ziekte. Hiermee kunnen gezondheidsproblemen worden voorkomen, waardoor er bijvoorbeeld in het ziekenhuis genoeg capaciteit blijft om acute gevallen op te vangen.”

Document acties

gearchiveerd onder: gezondheidsapps
Back to top