Gelijk speelveld ketenzorg nog ver weg
De spelregels voor zorggroepen zijn niet duidelijk en zorgverzekeraars zouden te veel vrijheid krijgen.
De Richtsnoeren zorggroepen moeten het kader aangeven waarbinnen zorgaanbieders afspraken mogen maken over ketenzorg. Volgens de KNMP zijn de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) daar niet in geslaagd. “Veel is nog onduidelijk omdat de toezichthouders aangeven dat de concrete omstandigheden bepalen wat wel en niet mag binnen een zorggroep", aldus KNMP-jurist Frans Moss.
Verder zou de overheid kiezen voor meer marktwerking en minder regels, maar tegelijk van zorgaanbieders vragen veel meer te gaan samenwerken. “Dat levert een spanningsveld op waar onvoldoende aandacht voor is omdat onderlinge prijsafspraken tussen concurrerende ondernemingen verboden zijn.”
Volgens Marja Coelewij, woordvoerder van de Verenigde Kring-apothekers Nederland, zijn de richtsnoeren onvoldoende duidelijk omdat ze gebaseerd zijn op de huidige markt. “Helderheid ontbreekt, want voorlopig kan een zorgverlener ketenzorg zowel los als als onderdeel van een integrale keten aanbieden. De richtsnoeren geven nog weinig houvast voor de toekomstige situatie. Zorgverzekeraars hebben alle keuzevrijheid omdat zij ervoor kunnen kiezen uitsluitend ketenzorg in te kopen. Maar wat gebeurt er dan met het overige deel van de zorg die deze zorgverzekeraar niet contracteert?”
Coelewij, die spreekt namens 320 Kring-apothekers, benadrukt dat nog geen sprake is van een gelijk speelveld omdat de voorwaarden waarop een zorgverzekeraar kan inkopen niet helder zijn.
Dat zorgverzekeraars te veel vrijheid krijgen, beaamt ook Rob Beereboom van Sprint Apotheken uit Alphen aan den Rijn, oprichter van een van de eerste multidisciplinaire zorggroepen. “Zorgverzekeraars kunnen informatie uitwisselen over hun onderhandelingen met zorggroepen. Dat terwijl wij als zorggroepen onderling niet kunnen onderhandelen over prijzen.” Verder verbaast het Beereboom dat zorggroepen volledige inzage moeten geven aan zorgverzekeraars over hun integrale zorgprijzen.
Beereboom, de KNMP en de Verenigde Kring-apothekers vinden het positief dat de toezichthouders hun voorkeur uitspreken voor multidisciplinaire zorggroepen. De praktijk laat echter een ontwikkeling zien van monodisciplinaire zorggroepen, zo merken zij op. En van een verbod op mono is vooralsnog geen sprake.
