Apothekers zeer kritisch op toetsingswijze

21-09-2010
De kwaliteitsindicatoren van de IGZ stuiten op forse kritiek van apothekers. In veel gevallen zegt het uiteindelijke percentage weinig tot niets over de kwaliteit van de dienstverlening, concluderen ze.

Apotheek IJsselmuiden scoort goed in de test met kwaliteitsindicatoren. “Alleen in de indicator laxans bij opiaten deden we het minder, maar dat is landelijk een indicator waarop slecht wordt gescoord”, zegt apotheker Annemieke Freitag. “Dat is een heel moeilijke indicator. Je kunt zeggen als apotheker: ook al is iemand niet verstopt, ik geef er graag nog een Movicolon of een bulkvormer bij. Toch zeggen huisartsen vaak dat dit niet nodig is.”

Volgens Freitag is een vergelijking van resultaten lastig omdat situaties verschillen. “Ik zit in een dorp en heb een op een contact met huisartsen. Maar in een grote stad is dat natuurlijk heel anders. Huisartsen hebben met verschillende apotheken te maken en je hebt ook nog zoiets als politheken en landelijke internetapotheken. In veel gevallen heb je niets aan een getal.”

Soms pakken cijfers ten onrechte slecht uit. Freitag: “In het intensieve contract dat ik heb met Achmea staat voor de indicatoren een minimum van 85%. In de eerste periode scoorde ik niet voldoende, maar dat had te maken met een aantal patiënten van 70 jaar en ouder die incidenteel een zetpil hadden gehad. Dat is natuurlijk geen indicatie om oraal een maagbeschermer te geven. Toch heb ik daarom de Achmea-norm niet gehaald.”

Freitag ziet ook voordelen: “Bij hartfalen bracht het me op het idee om daar weer eens aandacht aan te besteden. Heb ik al mijn mensen met hartfalen goed gelabeld. Daar gaan we weer eens goed naar kijken.”